Van inzamelsystemen naar ‘herwinningssystemen’

In de laatste Retour van de NVMP staat een uitgebreid artikel over de circulaire economie. Die blijkt lonkende perspectieven te bieden voor de groei van economie en werkgelegenheid met minder milieubelasting. Zo zou een gesloten kringloopeconomie voor Europa als geheel tot zeven procent extra economische groei op kunnen leveren. Voor ons land berekende TNO dat een volledige transitie naar een circulaire economie goed is voor 7,3 miljard euro extra economische groei en 54.000 banen

> Artikel Retour

Helaas blijkt de weg van die rooskleurige theorie naar de praktijk weerbarstig. Zo is nog maar een klein deel van de producten zo ontworpen en geproduceerd, dat het terugwinnen van grondstoffen aan het eind van de levensduur (relatief) eenvoudig is (design for recycling). Dat geldt ook voor elektrische apparaten, elektronica en verlichtingsapparatuur waarin relatief veel waardevolle grondstoffen zijn verwerkt. Een groot deel van die materialen wordt gebruikt in kleine hoeveelheden en in complexe samenstellingen, wat het terugwinnen erg lastig en complex maakt.

Ook komen, ondanks alle inspanningen, niet alle producten terecht in de diverse inzamelsystemen die ontwikkeld zijn om recycling mogelijk te maken. Een belangrijke lekstroom ontstaat bij het afdanken: consumenten en bedrijven gooien afgedankte apparaten of lampen weg of geven lang niet alle afgedankte apparatuur af bij de goede inzamelpunten. Wat niet gescheiden wordt ingeleverd, komt terecht in het restafval en het sloopafval, waardoor de herbruikbare grondstoffen verloren gaan. Dit probleem is alleen op te lossen door permanent in te zetten op gedragsverandering van consumenten en bedrijven.

Fysische en technische beperkingen 
Maar ook als afgedankte apparatuur via het reguliere inzamelsysteem goed terechtkomt bij een gecertificeerde verwerker, zijn er fysische en technische beperkingen aan het volledig terugwinnen van alle grondstoffen. In metallurgische recycling worden bepaalde stoffen slachtoffer van het proces, omdat zij in minieme hoeveelheden of in complexe samenstellingen ‘ongrijpbaar’ zijn. Aanpassingen in het ontwerp van de apparatuur of van de recyclingtechniek kunnen dit verlies verminderen, maar niet helemaal uitsluiten. Daarnaast zijn er stoffen die door recycling niet meer hun ‘virgin’-kwaliteit terugkrijgen. Gaat het om verlies van uiterlijke eigenschappen, bijvoorbeeld verlies van glans of kleurverschillen in herwonnen plastics. Ook hier kan een mentaliteitsverandering bij de consument uitkomst bieden: liever duurzaam dan uiterlijk perfect. Verlies van functionele kwaliteiten is moeilijker weg te werken. Lood- en bariumhoudend beeldbuisglas bijvoorbeeld wordt in het tijdperk van platte schermen niet meer gebruikt. Aan deze ‘down cycling’ is, afgezien van aanpassing in het ontwerp, weinig te doen.

Economische barrières
Kort samengevat: economische afwegingen van hoge recyclingkosten en/of lage opbrengsten staan in de weg bij een optimale herwinning van grondstoffen – en dus bij de realisatie van een circulaire economie. Zonder gezond business model zal verwerking altijd opnieuw onder druk staan en zal optimalisatie van processen achterwege blijven. Alleen harde normen voor het herwinnen van alle grondstoffen en de strenge handhaving daarvan kunnen het verlies aan onrendabele stoffen beperken. Het succes is ook afhankelijk van de verwerkende industrie, die moet zorgen dat de grondstoffen op een verantwoorde manier worden herwonnen. Producenten hebben een verantwoordelijkheid om het proces te organiseren en nemen die ook. Via hun inzamelsystemen, of liever: ‘herwinningssystemen’, zijn zij de regisseurs van de inzameling en recycling in die kringloop. Maar het succes van hun inspanning is afhankelijk van de actieve medewerking van consumenten en bedrijven en samenwerking met gemeenten, winkeliers, kringloopbedrijven en installateurs. Het regisseren is dan ook vooral een kwestie van krachten bundelen en consequent beleid voeren.

Gelijk speelveld
Tot slot: een effectieve kringloop van grondstoffen is zoveel mogelijk self propelling, gedreven door een gezond business model en met zo min mogelijk kwetsbare subsidieregelingen. Concurrentie is een goed mechanisme om het proces (kosten)efficiënt te maken, maar in een systeem waar strenge kwaliteitsnormen gelden moet die concurrentie wel eerlijk zijn. De overheid speelt een essentiële rol in de handhaving van een gelijk speelveld, waarop alleen gecertificeerde partijen worden toegelaten die concurrerend werken op het vereiste kwaliteitsniveau. (bron: Retour)

 

 


Over LightRec

LightRec is een initiatief van de producenten en importeurs van energiezuinige verlichting in Nederland. Deelnemers van LightRec voldoen via de deelnemersovereenkomst automatisch aan hun wettelijke verplichting om ook zorg te dragen voor hun producten nadat deze worden afgedankt. » lees meer