Strategische koers

Op naar Europa
Brussel heeft de lat voor de inzameling van elektronisch afval (e-waste) hoog gelegd. Een nieuwe Europese richtlijn, die op 14 februari 2014 via een ministeriële regeling voor Nederland van toepassing is verklaard, eist dat over vijf jaar 85 procent van alle afgedankte elektrische apparaten en verlichting wordt ingezameld en op verantwoorde wijze wordt verwerkt.

Dat is een stevige ambitie. Als de lidstaten daaraan kunnen voldoen, komt een gesloten kringloop voor elektr(on)ische apparatuur en verlichting binnen handbereik. Maar dan moet er de komende jaren wel hard worden gewerkt.

Zeker voor verlichting is de nieuwe doelstelling hoog gegrepen. Lampen zijn in het algemeen vrij klein en licht en zij belanden gemakkelijk in de vuilnisbak. Of ze verdwijnen bij onderhoud of renovatie met armatuur en al in de container met bouw- en sloopafval. In Europa wordt maar dertig procent van alle afgedankte lampen gescheiden en Nederland zit maar een paar procentpunt boven het gemiddelde, zo blijkt uit een vergelijkend onderzoek van EY (voorheen Ernst & Young). Bij verlichtingsarmaturen ligt het inzamelpercentage nog lager. Waarschijnlijk gaan die voor het merendeel met het oud ijzer mee.

Inzamelresultaten verlichting Europa vs Nederland

Efficiënte organisatie
De inzameling en recycling is in Nederland efficiënt georganiseerd, zo laat het Europese benchmarkonderzoek zien. Het kost Wecycle bijna 900 euro om een ton lampen te laten inzamelen, sorteren, transporteren en recyclen. Dat is iets meer dan de helft van de gemiddelde operationele kosten in Europa. De overheadkosten, exclusief marketing, zijn voor LightRec de laagste in de Unie. Dit laat zien dat Nederland de schaalvoordelen van één inzamelsysteem in een dichtbevolkte markt effectief inzet.

LightRec investeert bovengemiddeld in marketing en communicatie. Met campagnes en acties mikt het collectieve inzamelsysteem op een substantiële gedragsverandering onder zowel bedrijven als particulieren. En met inzamelmiddelen en -bakken die in samenwerking met retail, groothandel en installateurs door het hele land worden verspreid, probeert LightRec het gescheiden inleveren van lampen voor iedereen gemakkelijker te maken.

Inleveren van lampen moet van uitzondering regel worden. Immers: als over vijf jaar de doelstelling van de nieuwe Europese richtlijn gehaald moet worden, zullen de Nederlandse consumenten en professionals tweeënhalve keer zoveel lampen in moeten leveren.

Bereidheid tot investeren
De producenten en importeurs van verlichting die deelnemen in LightRec, tonen zich bereid om de benodigde investeringen te dragen. Zij accepteren de verantwoordelijkheid voor de verwijdering van de verlichtingsapparatuur die zij op de markt hebben gebracht. Met overtuiging. Hun MVO-beleid dicteert dat zij zich daarvoor inzetten en als dat niet genoeg is, dan is mogelijke reputatieschade een drijfveer.

De bijdrage die de deelnemers per verkochte lamp betalen is in 2013 met twee cent verhoogd. Uit die verhoging wordt een voorziening gevormd waarmee de golf spaarlampen, die de komende jaren wordt afgedankt als ledverlichting oprukt, kan worden verwerkt.

Dat is geen overbodige luxe. EY berekende dat de bijdragen die het inzamelsysteem in 2012 ontving, slechts  zestig procent van de verwerkingskosten van alle afgedankte verlichting zouden dekken. Bij een feitelijk inzamelingspercentage van nog geen 35 procent was dat voldoende voor dat moment. Maar als Nederland inderdaad het beoogde inzamelpercentage van 85 procent van alle afgedankte lampen zou weten te realiseren, is dat ver onder de maat. De voorziening heeft financieel een basis onder deze ambitie gelegd. Nu moet de benodigde gedragsverandering worden gerealiseerd.